Kies uw kerk

Preek van de week

Bezinning door het jaar - tweede zondag van de Veertigdagentijd jaar C - 15 en 16 maart 2025

OVERWEGING

En toen “zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel die tussen de stukken door ging”, hoorden we in de 1e lezing. “Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram.”

Abram heeft een probleem. God zal hem een groot loon schenken: het gebied vanaf de beek van Egypte tot aan de Eufraat. Maar wat heeft hij hieraan als iemand anders dit alles zal verwerven? God leidt Abram naar buiten en toont hem, aan de hand van de sterren, hoe talrijk zijn nakomelingen zullen worden. Hierop volgt er een tussenzin die geheel buiten het verhaal staat: “Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan.” Belangrijke vraag hierbij is: wie wordt hier met ‘deze’ bedoeld, en wie met ‘hem’? Rekent God het Abram als gerechtigheid aan, of Abram God? Waarschijnlijk het laatste: Abram gelooft in God, en daarom beschouwt hij Gods belofte als iets wat alleszins gerechtvaardigd is.

Maar helemaal overtuigd is Abram niet: “hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?” God draagt Abram op om enkele dieren te nemen, ze middendoor te snijden, en de helften tegenover elkaar te leggen. Wanneer het donker is, gaat een vuur tussen de dierhelften door. Een verbondsritueel: degene die een verbond sluit (hier God), loopt tussen de delen van het geofferde dier door, en geeft zo aan dat hem hetzelfde lot beschoren is als de dieren, wanneer hij zich niet aan de overeenkomst houdt. Abram is bemoedigd: zijn nakomelingen zullen metterdaad Gods loon ontvangen. Heeft ook Abram hier een bergervaring gehad, een ervaring van: vuur, de God van Abraham, Isaak en Jakob; van zekerheid, vreugde en vrede?

“Dit is mijn Zoon, de uitverkorene”, zegt een stem uit een wolk, “luistert naar Hem.”
Wie is Jezus? Deze vraag heeft Jezus zijn leerlingen onlangs nog gesteld. De antwoorden van de mensen zijn: Johannes de Doper, Elia of een van de oude profeten. Daarna volgt het antwoord van de leerlingen zelf: de Messias van God. De lijdensvoorspelling die daarop volgt, kan men dan opvatten als Jezus’ eigen antwoord op de vraag wie Hij is.

Nu zijn Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes op de berg Tabor. Opeens staan er twee mannen bij Jezus: Mozes en Elia, en zij spreken over de exodus van Jezus, zijn uittocht in Jeruzalem. Daarmee wordt niet alleen op Jezus’ dood gedoeld, maar ook op het hele gebeuren van passie, dood, verrijzenis en hemelvaart.

Hoewel de leerlingen onkundig zijn van het gespreksonderwerp, zien ze wel de heerlijkheid van Jezus en de twee mannen die bij Hem staan. Een wolk - teken van Gods aanwezigheid - overschaduwt hen, en de leerlingen worden door vrees bevangen. Maar uit de wolk klinkt een stem, die zegt: “dit is mijn Zoon, de uitverkorene, luistert naar Hem.” Woorden waarin men een verwijzing naar de lijdende dienstknecht uit Jesaja hoort. De dienstknecht die, omwille van de zonden van anderen, een verzoeningsdood heeft ondergaan. Hebben ook de leerlingen hier een bergervaring gehad, een ervaring van: vuur, de God van Abraham, Isaak en Jakob; van zekerheid, vreugde en vrede?

Bergervaringen. Abraham en de drie leerlingen hebben een dergelijke ervaring gehad. Voor Abram was het verbond met God een bemoediging. De angst dat zijn loon weinig waarde zal hebben, bleek ongegrond te zijn. En de leerlingen op de berg Tabor hebben uit alles wat zij daar gezien en gehoord hebben, kracht en moed geput voor hun reis naar Jeruzalem.

Bergervaringen. Bergervaringen kunnen een richtingaanwijzer zijn, maar kunnen ons ook helpen wanneer we in een dal zitten. Het is dan niet de bedoeling om dergelijke ervaringen vast te houden, maar veeleer om op te staan en van de berg af te dalen, de wereld in. Ons leven speelt zich niet constant op een berg af. En toch is iets van een bergervaring belangrijk om Jezus te blijven volgen en zijn blijde boodschap van naastenliefde in praktijk te brengen.

Mag er dan ook bij ons soms sprake zijn van: vuur, de God van Abraham, Isaak en Jakob; van zekerheid, vreugde en vrede?


https://www.koningshoeven.nl/a...bewerkt TS

Schriftlezingen van deze zondag



TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD


EERSTE LEZING          Gen., 15, 5-12. 17-18

Uit het boek Genesis

In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei: “Kijk naar de hemel en tel de sterren, als ge kunt." En Hij verzekerde hem: “Zo talrijk wordt uw nageslacht." Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan. Toen zei God tot hem: “Ik ben de Heer, die u uit Ur in Chaldea heb geleid om u dit land in bezit te geven." Abram vroeg: “Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?" Hij zei tot hem: “Haal een driejarige koe, een driejarige bok, een driejarige ram, een tortel en een jonge duif." Abram haalde dit alles, sneed de dieren middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; alleen de vogels sneed hij niet door. Er kwamen roofvogels op de dode dieren af, maar Abram joeg ze weg. Bij zonsondergang viel Abram in een diepe slaap; hevige angst en duisternis overviel hem. Toen de zon was ondergegaan, en het helemaal donker was geworden, zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel die tussen de stukken doorging. Op die dag sloot de Heer een verbond met Abram. Hij zei: “Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.



TUSSENZANG  Ps. 27 (26) 1, 7-8a, 3b-9abc, 13-14

Refr: De Heer is mijn licht en mijn leidsman.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen; de Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn? Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem, heb medelijden en wil mij verhoren.

Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op, uw aanschijn, Heer, tracht ik te zien. Wil uw gelaat niet verbergen voor mij, verstoot mij, uw dienaar, niet in uw gramschap.

Want Gij zijt mijn helper, verjaag mij dus niet, verlaat mij niet, God, mijn verlosser. Ik reken er op nog tijdens mijn leven de weldaden van de Heer te ervaren.

Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.



TWEEDE LEZING         Fil.,3, 17-4, 1 of 3, 20-4, 1

Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi

Broeders en zusters, Volgt mij na en houdt hen voor ogen die zich gedragen naar het voorbeeld dat ik u gegeven heb. Want ik heb er u al vaak over gesproken en moet het nu onder tranen herhalen: velen leiden een leven dat hen indeelt bij de vijanden van Christus' kruis. Zij zijn op weg naar de ondergang, hun buik is hun God, in hun schande stellen zij hun eer, zij hebben hun zinnen gezet op het aardse. Maar ons vaderland is in de hemel en uit de hemel verwachten wij onze verlosser, de Heer Jezus Christus. Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen en het gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam, met dezelfde kracht die Hem in staat stelt het heelal aan zich te onderwer­pen. Daarom, mijn beminde broeders en zusters, naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en mijn kroon, houdt aldus stand in de Heer, mijn geliefden.



VERS VOOR HET EVANGELIE

Van uit een schitterende wolk werd de stem van de Vader gehoord: Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem.



EVANGELIE     Lc., 9, 28b-36

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

In die tijd nam Jezus Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg Tabor om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren, en zij spraken over zijn heengaan dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan zei Petrus tot Jezus: “Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.' Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overscha­duwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bevan­gen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem." Terwijl de stem weerklonk bemerkten zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen erover en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.

Archief preken