OVERWEGING
Er is veel ellende in de wereld. Soms roepen mensen daarom dat er dus geen God kan bestaan, want een goede en almachtige god zou dat allemaal wel voorkomen. Dit soort uitroepen zijn minder verstandig dan ze lijken. Het enige wat met zo’n opmerking duidelijk wordt is wat zij van God verwachten. Deze mensen schaffen een god af zoals zij zich die god voorstellen. Is het de schuld van God dat oorlogen woeden? Of heeft dat toch vooral te maken met het verlangen naar macht die mensen hiertoe drijft. De eigenlijke vraag is daarom: Wie is God en hoe is God?
Hoe zou het Joodse volk over God gedacht hebben, na vierhonderd jaar verblijf in Egypte? Na eeuwen onderdrukking en slavernij, de moord op de jongetjes en het tweederangs leven? Zij zeiden niet: God bestaat niet. Zij stuurden hun jammerklachten juist naar boven, schreeuwden naar God zodat Hij het wel moest horen, riepen zijn hulp in, hielden niet op tot Hij hen zou verhoren. En dat gebeurde ook. Alleen gaat het altijd anders dan mensen vaak denken.
Wat voor redding hadden de Joden verwacht? Een goddelijk ingrijpen? Omkering van de macht, dat zij de machtigen werden en de Egyptenaren hun slaven? Dachten zij terug aan de verhalen over Jozef die onderkoning was geworden, de tijd dat zij privileges hadden en beschermd werden? Verlangden zij naar een vertrek, weg uit Egypte, op weg naar een eigen land, die herinnering was nog ouder dan de verhalen over Jozef. Als God je vrijmaakt, wat kost je dat dan? Ben je bereid die prijs voor de vrijheid te betalen?
God roept Mozes, in de woestijn. De geleerde en bekwame Mozes, opgevoed aan het Egyptische hof met alle deskundigheid van zijn tijd. Maar denken alleen doet hem God niet kennen. Je leert God slechts kennen als Hij zich aan je openbaart. De wetenschapper Mozes onderzoekt een vreemd verschijnsel. Een struik die brandt en niet verbrandt. Tijdens zijn onderzoek klinkt een Stem. Hoe klonk die Stem? In zijn oren, in zijn geest, in zijn hart? Hij hoort zijn naam: “Mozes.” Heel persoonlijk, zo persoonlijk dat hij zegt: “Hier ben ik”. Deze oproep klinkt nog iedere keer wanneer een diaken, priester of bisschop gewijd wordt. “Doe je schoenen uit, dit is heilige grond”. “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.”
God leer je pas kennen als je Hem ontmoet, als Hij je noemt bij je naam, als Hij je duidelijk maakt dat Hij de God is van heel de geschiedenis, van je voorouders, van verleden, heden en toekomst.
“Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte.” “Ik daal af” zegt God. Zou het dan toch gebeuren? God komt, Hij daalt af, Hij grijpt in. Maar dan gaat God verder: “Ik heb ook gezien hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken. Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao. Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden”.
Als God afdaalt, komt Hij om ons te redden. Maar hoe doet Hij dat? Als God ingrijpt, stuurt Hij zijn gezant. God grijpt in door Mozes te zenden. God brengt verlossing door zijn gezant, steeds weer. Of dit Mozes is of Elia, of David, of een van de andere profeten. God grijpt in door zijn gezant te zenden. Roeping en zending maken deel uit van Gods reddende handelen in de geschiedenis. Het hoogtepunt daarin is Jezus. Jezus is een gezant, een gezondene, iemand met een zending. Jezus is tegelijk ook letterlijk God die afdaalt om zijn volk te bezoeken en hen te redden uit de verdrukking. Zijn naam betekent: Redding.
In onze tijd willen mensen soms een vadertje-staat-god, een multinational-god, een supercomputer-god, een god die alles naar onze wens bestuurt, die onze problemen oplost en ons een luilekkerleven bezorgt. Maar die god bestaat niet. Zo’n god is een afgod. Die scheppen we zelf, met alle desastreuze gevolgen van dien. Jezus waarschuwt zijn tijdgenoten dat redding alleen optreedt door bekering, jijzelf moet je bekeren.
De parabel van de vijgenboom die geen vrucht droeg was een verwijzing naar het Israël van zijn tijd. Gods Volk droeg geen vruchten van eerbied voor God en van naastenliefde. Veertig jaar later is Jeruzalem verwoest, de vijgenboom werd uiteindelijk toch omgehakt. Zij hadden de tijd niet erkend dat God genadig op hen had neergezien; dat God was afgedaald en was gekomen in zijn Zoon, zijn ultieme gezant. Wil je deel krijgen aan de redding die God biedt, dan is er maar één weg: Luisteren naar zijn Zoon en dat betekent voor onze tijd ook luisteren naar zijn Kerk. Want zo maakt Hij je los uit de greep van de huidige Farao’s. Maar dat kost je wel wat. Bekering betekent dat je daartoe bereid bent en dat je de stappen zet die nodig zijn om Hem te volgen.
https://hagenpreken.nl/Preken/... bewerkt TS
DERDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD
EERSTE LEZING Ex., 3, 1-8a. 13-15
Uit het boek Exodus
In die dagen hoedde Mozes de kudde van zijn schoonvader Jitro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van de Heer, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde. Hij dacht: ik ga er op af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt? De Heer zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de doornstruik riep God hem toe: “Mozes." “Hier ben ik", antwoordde hij. Toen sprak de Heer: “Kom niet dichterbij, doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond." En Hij vervolgde: “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob." Toen bedekte Mozes zijn gezicht want hij durfde niet naar God op te zien. De Heer sprak: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte." Maar Mozes sprak opnieuw tot God. Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: De God van uw vaderen zendt mij tot u, en zij vragen: Hoe is zijn naam? wat moet ik dan antwoorden?" Toen sprak God tot Mozes: “Ik ben die is." En ook: “Dit moet gij de Israëlieten zeggen: Hij die is, zendt mij tot u." Bovendien zei God tot Mozes: “Dit moet ge de Israëlieten zeggen: De Heer de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, zendt mij tot u. Dit is mijn naam voor altijd. Zo moet men Mij aanspreken, alle geslachten door."
TUSSENZANG Ps. 103 (102) 1-2, 3-4, 6-7, 8 en 11
Refr: De Heer is barmhartig en welgezind.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen! Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet!
Hij is het die u uw schulden vergeeft, die u geneest van uw kwalen. Hij is het die u van de ondergang redt, die u omringt met zijn gunst en erbarmen;
De Heer is rechtvaardig in al wat Hij doet, Hij laat de verdrukten recht wedervaren. Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend, Hij toonde zijn werken aan Israëls zonen.
De Heer is barmhartig en welgezind, lankmoedig en goedertieren. Zo wijd als de hemel de aarde omspant, zo alomvattend is zijn erbarmen.
TWEEDE LEZING 1 Kor., 10, 1-6. 10-12
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters, Gij moet goed weten dat onze vaderen wel allen onder de wolk zijn geweest, allen door de Zee zijn getrokken, allen zijn zij door wolk en zee in Mozes gedoopt, allen aten zij hetzelfde geestelijk voedsel, allen dronken dezelfde geestelijke drank, - want zij dronken uit de geestelijke rots die met hen meeging en die rots was de Christus - maar in de meesten van hen heeft God geen welbehagen gehad; immers: zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn een les voor ons opdat wij niet, zoals zij slechte dingen zouden begeren. Mort ook niet tegen God, zoals sommigen onder hen: zij zijn gedood door de verderver. Wat hun overkwam had een diepe zin en het werd te boek gesteld als een waarschuwing voor ons, tot wie het einde der tijden gekomen is. Daarom, wie meent te staan moet oppassen dat hij niet valt.
VERS VOOR HET EVANGELIE Mt. 4, 17
Bekeert u, zegt de Heer, want het Rijk der hemelen is nabij.
EVANGELIE Lc., 13, 1-9
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd waren er bij Jezus enkele mensen die Hem vertelden wat er gebeurd was met de Galileeërs, van wie Pilatus het bloed met dat van hun offerdieren had vermengd. Daarop zei Jezus: “Denkt ge, dat onder alle Galileeërs alleen deze mensen zondaars waren, omdat zij dat lot ondergaan hebben? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij u niet bekeert, zult ge allen op een dergelijke manier omkomen. Of die achttien die gedood werden doordat de toren bij de Siloam op hen viel: denkt ge dat die alleen schuldig waren onder alle mensen die in Jeruzalem woonden? Volstrekt niet, zeg Ik u. Maar als gij niet tot bekering komt, zult ge allen op eenzelfde wijze omkomen." Toen vertelde Hij de volgende gelijkenis: “Iemand had een vijgeboom die in zijn wijngaard geplant stond; hij kwam zoeken of er vrucht aan zat, maar vond niets. Toen zei hij tot de wijngaardenier: Al sinds drie jaar kom ik aan deze vijgeboom vruchten zoeken maar ik vind er geen. Hak hem om! Waartoe put hij nog de grond uit? Maar de man gaf hem ten antwoord: Heer, laat hem dit jaar nog staan; laat mij eerst de grond er omheen omspitten en er mest op brengen. Misschien draagt hij het volgend jaar vrucht; zo niet, dan kunt ge hem omhakken."
Paardenprocessie Hakendover (België) - Tweede Paasdag (21 april 2025)
Pastoraal uurtje - donderdagmiddag 10 april van 14.00-15.00 uur
Oecumenische vesper 40-dagentijd
Geen vieringen op woensdagen om 19.00 uur tot 7 mei 2025
Rijstactie Stichting Harapan start 28 februari