Preek 1ste zondag in de veertigdagentijd 2025, C
Eerste lezing: Deuteronomium 26, 4-10
Tweede lezing: De brief aan de Romeinen 10, 8-13
Evangelie: Lucas 4, 1-13
In de eerste lezing van vandaag worden de grote heilsfeiten van het volk Israël in een notendop verteld. De aartsvaders, het verblijf in Egypte en de onderdrukking daar. De uittocht, de barre tocht door de woestijn en het uitzicht op de intocht in het land van melk en honing. En deze heilsfeiten vormen als het ware een geloofsbelijdenis van het uitverkoren volk bij het offeren van de eerste vruchten van de oogst. Een dank- en eerbetoon aan God.
Door de korf met veldvruchten naar het heiligdom te brengen erkent het volk dat God hen gezegend heeft. De opbrengst van deze grond zijn de vruchten van de aarde die geschonken is! Door deze handeling blijft het volk zich bewust van zijn afhankelijkheid. In de eigen geschiedenis van het volk openbaart God zich als Diegene die zijn volk op handen draagt.
In het Evangelie maakt Jezus, net als het Joodse volk in de veertigjarige woestijntocht, een beproeving door in de veertig dagen die Hij in de woestijn doorbrengt. Zo komt ook Jezus na zijn doortocht door het water van de Jordaan, in de woestijn terecht. En daar wordt Hij voor keuzes gesteld. De duivel vertolkt de verlokking van de vleespotten van Egypte in de vorm van valse Messias verwachtingen die leefden onder het volk in de tijd van Jezus.
Lucas 4, 1-13
Leven in een woestijn kan een zware tijd zijn. En moe en uitgeput kunnen allerlei gedachten, visioenen tot je komen. Vaak stemmen die aanzetten tot gedachten die niet zo zeer van God lijken te komen maar ‘duivelse krachten’ kunnen zijn. De duivel in het Evangelie sleept Jezus van hot naar her. Van de woestijnvlakte naar een hoge berg en van de berg naar het dak van de tempel in Jeruzalem. Van hoog naar laag, van woestijn naar stad, van honger naar verzadiging, van macht naar vervulling en van verwachting tot aanbidding.
Bekoringen en verleidingen in alle soorten en maten. Alles wat het leven te bieden heeft, wordt hier aan Jezus getoond. Bij deze beproevingen speelt de duivel in op het persoonlijke: als je naar mij luistert heb jij geen honger meer, jij krijgt alle macht. Maar Jezus zoekt iets heel anders: Hij rekent niet naar zichzelf toe. Hij blijft in relatie met God de Vader staan; alles begint en eindigt met liefde.
De Veertigdagentijd waarin wij nu weer leven kan ons uitdagen ‘de goede weg’ te zoeken. In onze onrustige maatschappij wordt het steeds belangrijker ook de rust te bewaren. Zoeken en kijken wat écht belangrijk is. Aftasten, ontdekken, wellicht een keer ‘Neen’ zeggen op alles wat op je af komt. Kiezen voor anderen, in het groot of in het klein. In deze veertig dagen gaat Jezus ons voor op die weg, dient Hij als ons voorbeeld.
Jezus heeft vandaag zijn keuze bekend gemaakt: Hij wil geen wonderdoener zijn, geen heerszuchtige koning zijn met alle macht, geen hogepriester die bezit neemt van de tempel. Jezus kiest niet voor de kant van de machtigen! Hij wil binnen het Verbond blijven, het Verbond van God met alle mensen. Hij wil meeleven en meelijden. Hij nodigt ons uit met Hem die weg te gaan.
Amen
12de-eeuws mozaïek
Te bezichtigen in: Basiliek van San Marco (Venetië)
Het mozaïek toont de samenkomst van Jezus met de duivel. De drie verzoekingen; De uitdaging van stenen brood te maken; De uitdaging van de tempel te springen; Het aanbod heerser te worden over alle koninkrijken van de wereld, zijn afgebeeld. Evenals het heengaan van de Duivel.
Het aanbieden van de eerstelingen
De priester neemt dan de korf van u aan en zet hem voor het altaar van de Heer uw God. Dan moet u, staande voor de Heer uw God, het woord nemen en zeggen: “Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte gegaan en, terwijl hij daar als vreemdeling verbleef, een groot, machtig, talrijk volk geworden. Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden, ons onderdrukten en ons harde slavenarbeid oplegden, hebben wij tot de Heer, de God van onze vaderen, geroepen. En de Heer heeft ons verhoord en zich onze vernedering, ons zwoegen en onze verdrukking aangetrokken. Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand, met uitgestrekte arm, onder grote verschrikkingen, en met tekenen en wonderen. Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land dat overvloeit van melk en honing. Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de grond, die U, Heer, mij hebt geschonken.”? Dan moet u die voor de Heer uw God neerleggen, u voor Hem neerbuigen en samen met de Levieten en de vreemdelingen die bij u wonen, feestvieren vanwege al de weldaden die Hij aan u en aan uw huis heeft geschonken.
De gerechtigheid uit het geloof
Nee, zegt de Schrift, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden. Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding. Zo zegt de Schrift het: Niemand die in Hem gelooft zal worden teleurgesteld. Er bestaat geen verschil tussen Joden en Grieken. Zij hebben allemaal dezelfde Heer, rijk aan gaven voor allen die Hem aanroepen. Iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal gered worden.
Door de duivel op de proef gesteld
Vol van heilige Geest keerde Jezus terug van de Jordaan. Hij bleef veertig dagen lang in geestvervoering in de woestijn, waar Hij door de duivel op de proef werd gesteld. Al die dagen at Hij niets, en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger. Toen zei de duivel tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, zeg dan tegen deze steen dat hij een brood moet worden.’ Jezus antwoordde hem: ‘Er staat geschreven: Niet van brood alleen zal de mens leven.’ Daarop nam de duivel Hem mee omhoog en liet Hem in een flits alle koninkrijken van de wereld zien en zei: ‘Heel die macht en al hun pracht zal ik U geven, want zij zijn mij in handen gegeven en ik geef ze aan wie ik wil. Als U mij aanbidt zal het allemaal van U zijn.’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: De Heer uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.’ Hij bracht Hem naar Jeruzalem, zette Hem op de rand van de tempel en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij bevelen U te beschermen, en: Op hun handen zullen ze U dragen, zodat U aan geen steen uw voet zult stoten.’ Jezus antwoordde hem: ‘Er is gezegd: U zult de Heer uw God niet op de proef stellen.’ Toen de duivel alle beproevingen had uitgevoerd, ging hij van Hem weg voor een bepaalde tijd.
Oecumenische vesper 40-dagentijd
Rijstactie Stichting Harapan start 28 februari
De Digidulfke uitgave maart 2025 is uit
Kerstboodschap 2024 Mgr. Gerard de Korte
Diakenwijding van Berend van de Berg